Posts tonen met het label CULTUURFILOSOFIE. Alle posts tonen
Posts tonen met het label CULTUURFILOSOFIE. Alle posts tonen

vrijdag 16 december 2011

Morele en culturele waarde van muziek

Referentie:

Kania, Andrew, art. "The Philosophy of Music", in: Stanford Encyclopedia of Philosophy, Edward N. Zalta (ed.), http://plato.stanford.edu/ (geraadpleegd op 16.12.2011).

 

Plaatskenmerk:

Mijn Documenten/Filosofische bibliotheek

 

Extract:

"(...) our emotional responses to music's expressivity can enable us to savor, understand, and even, to some extent, experience emotions in a ‘safe’ way. They can provide us with a cathartic release, and enable us to participate in a kind of communication with the composer or communion with other members of our musical culture (...) Emphasizing this last point, Roger Scruton argues that music's value is quasi-moral, in that the kinds of music one responds to, or those valued in a particular culture, reflect the state of that individual's or culture's ‘soul’ (...) has argued that there are beneficial consequences of an interest in music in general, such as heightened emotional and aural sensitivity, which are not properly valued as consequences of listening to individual pieces, but which lead us to value musical culture as a whole (...)." (5. Music and Value)

 

Commentaar:

De morele of culturele (of politieke) waarde van muziek is volgens mij inderdaad nauw verbonden met de notie van de expressieve waarde van muziek. Er lijkt zelfs sprake te zijn van een soort voorwaarde, namelijk dat expressiviteit van muziek en de daarmee gepaard gaande emotionele ervaringen ons in staat stellen om communicatief deel uit te maken van een collectief of 'cultuur'. De quasi-morele waarde van muziek komt dan volgens Scruton tot uitdrukking in de manier waarop individuele of collectieve muzikale beleving de staat van de respectievelijk individuele of culturele 'ziel' weerspiegelt. Het quasi-morele is in dit verband een lastig begrip. Wat bedoelt Scruton hier precies mee? Is de kunstervaring een middel om je te verhouden tot de normen waaraan het menselijk handelen gemeten moet worden? Wellicht biedt een wat minder rigide verhouding tussen de expressieve waarde en de morele, culturele (en politieke) waarde van muziek soelaas. (STAP 0: Thematische afbakening via naslagwerk)

maandag 28 november 2011

De ultieme politieke liefdesdaad

Referentie:

Hardt, Michael - Negri, Antonio, De Menigte. Oorlog en democratie in de nieuwe wereldorde, vertaling Guus Houtzager, Amsterdam: De Bezige Bij, 2004, 391 p. (oorspronkelijke uitgave: Multitude. War and Democracy in the Age of Empire, s.l.: The Penguin Press, 2004).

 

Plaatskenmerk:

Eigen bibliotheek

 

Extract:

"Na deze langdurige periode van geweld en tegenstellingen, van mondiale burgeroorlog, van het verval van de imperiale biomacht en van het eindeloze gezwoeg van de biopolitieke menigten moeten de buitengewone opeenstapelingen van grieven en hervormingsvoorstellen op een gegeven moment door een bijzondere gebeurtenis, een radicale opstandige eis, worden getransformeerd. Zichtbaar is al dat er momenteel sprake is van een splitsing in de tijd tussen een heden dat al dood is en een toekomst die al leeft - de afgrond die daartussen gaapt neemt reusachtige afmetingen aan. Te zijner tijd zal een bepaalde gebeurtenis ons als een pijl de levende toekomst inschieten. Dat zal de werkelijke politieke liefdesdaad zijn." (p. 366)

zondag 27 november 2011

Speculatieve regels van de sociale kunstecologie

Referentie:

Sloterdijk, Peter, Kritiek van de cynische rede, vertaald door Tinke Davids, Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1992, tweede druk (eerste druk 1984), 860 p. (oorspronkelijke uitgave: Kritik der zynischen Vernunft, Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 1983).

 

Plaatskenmerk:

Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, 591363 [C0-109 e]

 

Extract:

"Men kan twee speculatieve regels van de sociale kunstecologie opstellen: het echte, levende, wat 'origineel' is, wordt ingeperkt door zeldzaamheid; de impulsen die dergelijke originelen geven aan de massa, worden ingeperkt door fictionalisatie. Het echte blijft zeldzaam; imitaties en dingen die alleen maar 'interessant' zijn, blijven automatisch ongevaarlijk en worden voor de massa vrijgegeven." (p. 192-193)