Posts tonen met het label SOCIALE FILOSOFIE. Alle posts tonen
Posts tonen met het label SOCIALE FILOSOFIE. Alle posts tonen

vrijdag 23 december 2011

Sociale deelname aan de muzikale uitvoering

Referentie:

Hoondert, Martin J. M., “Muziek die ertoe doet. Over de ervaring van muziek als betekenisvolle structuur”, in: Vugt, Joost van (red.), Meer dan ontspanning alleen. Over het belang van muziek, Budel: Damon, coll. Soeterbeeck Programma Nijmegen, 2010, 80 p.

 

Plaatskenmerk:

Eigen bibliotheek

 

Extract:

“Dit onderscheid (tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur, tussen ‘kunst’ en ‘entertainment’) gaat uit van muziek als ‘werk’ met analyseerbare kwaliteiten. Deze benadering doet geen recht aan de muzikale ervaring die, zeker ook bij populaire muziek, multisensorisch is. Ik stel dan ook voor, in navolging van onder meer Christopher Small, muziek niet te benaderen als werk (…) maar als performance. Small spreekt daarom niet van ‘music’, maar gebruikt consequent het werkwoord ‘to music’ als aanduiding van ‘taking part in a musical performance’. Deelnemen betekent voor Small zowel uitvoeren, luisteren, dansen en componeren, als kaartjes verkopen aan de kassa van een concertzaal en het schoonmaken van het podium. (p. 76)
(…) Betekenissen ontstaan in en door de performance. Deze betekenissen zijn niet geïsoleerd, zijn niet gebonden aan het individu, maar zijn altijd sociaal gevormd. Het proces van betekenistoekenning aan muziek is een sociaal proces. De betekenissen ontstaan in het netwerk van allen die betrokken zijn bij de act van ‘to music’. (p. 76-77)
(…) De muzikale performance realiseert een netwerk van menselijke relaties, echter niet zozeer de relaties zoals die daadwerkelijk bestaan, maar ideale relaties waarnaar we verlangen. Het betreft hierbij niet alleen relaties tussen mensen onderling, maar ook relaties met ons eigen lichaam, de kosmos, en de ons overstijgende wereld. Tijdens een muzikale uitvoering bereiken de gewenste relaties een virtueel bestaan, zodat de deelnemers deze kunnen ervaren alsof ze daadwerkelijk bestaan. Daarmee krijgt muziek het karakter van een ritueel. Niet alleen worden deze relaties tot een virtueel bestaan opgewekt, ze worden ook ‘explored, affirmed, and celebrated’, aldus Small.” (p. 77-78)

 

Commentaar:

De waarde van muziek zit niet alleen in de muziek zelf, maar vooral ook in alle aspecten die een bijdrage leveren aan het realiseren van het gehele muzikale ritueel. Hierdoor krijgt het ingewikkelde terrein van muzikale waarden een sociaal randje. Een onderdeel dat in deze visie op muzikale waarden nog onderbelicht lijkt, is het begrip kwaliteit. Wellicht is er een verband tussen de diepgang van de muzikale beleving en de kwaliteit van alle onderdelen van de act van ‘to music’. (STAP 3: Relevant boek via Eigen bibliotheek)

maandag 28 november 2011

De ultieme politieke liefdesdaad

Referentie:

Hardt, Michael - Negri, Antonio, De Menigte. Oorlog en democratie in de nieuwe wereldorde, vertaling Guus Houtzager, Amsterdam: De Bezige Bij, 2004, 391 p. (oorspronkelijke uitgave: Multitude. War and Democracy in the Age of Empire, s.l.: The Penguin Press, 2004).

 

Plaatskenmerk:

Eigen bibliotheek

 

Extract:

"Na deze langdurige periode van geweld en tegenstellingen, van mondiale burgeroorlog, van het verval van de imperiale biomacht en van het eindeloze gezwoeg van de biopolitieke menigten moeten de buitengewone opeenstapelingen van grieven en hervormingsvoorstellen op een gegeven moment door een bijzondere gebeurtenis, een radicale opstandige eis, worden getransformeerd. Zichtbaar is al dat er momenteel sprake is van een splitsing in de tijd tussen een heden dat al dood is en een toekomst die al leeft - de afgrond die daartussen gaapt neemt reusachtige afmetingen aan. Te zijner tijd zal een bepaalde gebeurtenis ons als een pijl de levende toekomst inschieten. Dat zal de werkelijke politieke liefdesdaad zijn." (p. 366)

zondag 27 november 2011

Speculatieve regels van de sociale kunstecologie

Referentie:

Sloterdijk, Peter, Kritiek van de cynische rede, vertaald door Tinke Davids, Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1992, tweede druk (eerste druk 1984), 860 p. (oorspronkelijke uitgave: Kritik der zynischen Vernunft, Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 1983).

 

Plaatskenmerk:

Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, 591363 [C0-109 e]

 

Extract:

"Men kan twee speculatieve regels van de sociale kunstecologie opstellen: het echte, levende, wat 'origineel' is, wordt ingeperkt door zeldzaamheid; de impulsen die dergelijke originelen geven aan de massa, worden ingeperkt door fictionalisatie. Het echte blijft zeldzaam; imitaties en dingen die alleen maar 'interessant' zijn, blijven automatisch ongevaarlijk en worden voor de massa vrijgegeven." (p. 192-193)

De dialogische ruimte

Referentie:

Jaksche, Elisabeth - Van Zilfhout, Peter, "Dialoog, sociale waarden en diversiteit", in: Van Zilfhout e.a. (red.), De Vrije Ruimte. Filosofie, ruimte, ontmoeting, Budel: Damon, coll. Flexus: Fontys filosofie reeks, 2009, p. 88-103.

 

Plaatskenmerk:

Fontys Mediatheek Tilburg Kunsten, 179 vrij

 

Extract:

"De dialogische ruimte, of ruimte van de dialoog, bestaat als een dubbele ruimte. Het is een fysieke ruimte, omdat de deelnemers alleen aanwezig zijn, niet alleen luisteren naar elkaar, maar elkaar ook kunnen zien, zowel bij hun spreken als bij hun zwijgen. Het is ook een talige en geestelijke ruimte, het is een soort van tussenruimte, tussen de deelnemers in gesponnen, die bestaat uit uitgesproken woorden en gedachten, welliswaar individueel uitgedrukt maar zeker ook gemeenschappelijk gedragen. Elke dialogische ruimte is daarom ook uniek en onherhaalbaar." (p. 88-89)

Engels over literatuur

Referentie:

Engels, Friedrich, Letter to Minna Kautsky, 26.11.1885, transcribed by Andy Blunden, Marx and Engels Internet Archive, http://www.marxists.org/archive/marx/works/1885/letters/85_11_26.htm (geraadpleegd op 27.11.2011).

 

Plaatskenmerk:

Mijn Documenten/Filosofische bibliotheek

 

Extract:

"The novel (Die Alten und die Neuen) itself reveals the origins of this shortcoming. You obviously felt a desire to take a public stand in your book, to testify to your convictions before the entire world. This has now been done; it is a stage you have passed through and need not repeat in this form. I am by no means opposed to partisan poetry as such. Both Aeschylus, the father of tragedy, and Aristophanes, the father of comedy, were highly partisan poets, Dante and Cervantes were so no less, and the best thing that can be said about Schiller’s Kabale und Liebe is that it represents the first German political problem drama. (...) I think however that the purpose must become manifest from the situation and the action themselves without being expressly pointed out and that the author does not have to serve the reader on a platter — the future historical resolution of the social conflicts which he describes. To this must be added that under, our conditions novels are mostly addressed to readers from bourgeois circles, i.e., circles which are not directly ours. Thus the socialist problem novel in my opinion fully carries out its mission if by a faithful portrayal of the real conditions it dispels the dominant conventional illusions concerning them, shakes the optimism of the bourgeois world, and inevitably instils doubt as to the eternal validity of that which exists, without itself offering a direct solution of the problem involved, even without at times ostensibly taking sides." (s.p.)

Over Walter Benjamin

Referentie:

Zelnick, Stephan, review of: Wolin, Richard, "Walter Benjamin: An Aesthetic of Redemption", The Journal of Aesthetics and Art Criticism 42 (1983) 2, p. 233-235.

 

Plaatskenmerk:

Mijn Documenten/Filosofische bibliotheek
Zie ook: http://www.jstor.org/stable/430672 (geraadpleegd op 26.11.2011).

 

Extract:

"There is a persistent romanticism in Wolin's Benjamin: Benjamin's attraction to obscure learning and fragmentary texts, his resistence to merely scholarly reconstructions of historical moments in favor of the living spirit, his faith in the Messianic moment that could instantly admit perfection into a debased world, his rejection of Enlightenment and productivist claims for progress, his love for communal life and art, his shattering of spatial-temporal coordinates in order to see through to the special qualities of things, words, and experiences." (p. 234)

zaterdag 26 november 2011

Lijden en verlangen naar geluk

Referentie:

Berendzen, J.C., art. "Max Horkheimer", in: Stanford Encyclopedia of Philosophy, Edward N. Zalta (ed.), http://plato.stanford.edu/ (geraadpleegd op 26.11.2011).

 

Plaatskenmerk:

Mijn Documenten/ Filosofische bibliotheek

 

Extract:

"No social philosophy that denies the singular import of suffering, and the corresponding desire to overcome that suffering, can properly grasp human social reality. Thus, in the 1933 essay “Materialism and Metaphysics” Horkheimer writes that “man's striving for happiness is to be recognized as a natural fact requiring no justification” (p. 44). Prior to any critique of metaphysics, materialism rests on the basic recognition of suffering and the desire for happiness. Suffering and happiness are in some sense “properly basic”; their significance is evident, in no need of justification, and foundational to materialist social theory." (2.1. Suffering and the Desire for Happiness)

De crisis van muziek

Referentie:

Adorno, Theodor W., "On the Contemporary Relationship of Philosophy and Music", in: Essays on Music, selected, with introduction, commentary, and notes by Richard Leppert, new translations by Susan H. Gillespie, Berkeley - Los Angeles: University of California Press, 2002, p. 135-161 (oorspronkelijke uitgave: Gesammelte Schriften, vol. 18, Musikalische Schriften V: Theorie der neuen Musik, Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 1984).

 

Plaatskenmerk:

Eigen bibliotheek

 

Extract:

"The crisis of music, which needs no introduction, does not have to do merely with the difficulties of consistent and meaningful form-creation, not merely with the commercial hardening and leveling of musical life, not merely with the rupture between autonomous production and the public. Instead, all this has accumulated to the point where quantity is translated into quality." (p. 135)